Knotenweg:
    Zoals gezegd is de route die het viertal op 26 september 1903 volgt, nogal onduidelijk. We moeten daarbij bedenken dat we de route ontlenen aan het dagboek van Klara May-Beibler, wed. Plöhn, die wel vaker dingen door elkaar haalt.
    Ze wandelen volgens haar van de Reingrund via de Wettinstein, het Hochwald, het Knotenwald, de Uttewalder Grund en het Uttewalder Felsentor naar de Waldidylle. Het probleem is dat overal in Saksen Wettinsteine opgericht werden ter ere van het 800-jarige bestaan van het Huis Wettin, dat van 15 tot 19 juni 1889 gevierd werd. De bekendste is de Wettinstein bij Eibenstock, die jarenlang zoek was en pas in 1994 herontdekt werd, maar er zijn en waren met zekerheid ook Wettinsteine bij Antonsthal, bij Grimma, bij Hartmannsdorf, bij Hinterhermsdorf, bij Rochlitz, bij Schönheide, bij Schwarzenberg, bij Sebnitz en op de Wachberg in Dresden, maar deze liggen allemaal te ver van de Sächsische Schweiz af om serieus in overweging te nemen. Het voorbeeld van Eibenstock geeft aan dat er nog meer Wettinsteine moeten zijn, die of verdwenen of nog niet herontdekt zijn. Vanaf deze geheimzinnige Wettinstein lopen de Mays en de Bernsteins naar het al even onbekende Hochwald; er ligt een Hochwald in de Hunsrück en een in het Zittauer Gebirge, maar ook die zijn te ver weg van de plek waar het viertal vakantie viert. Vanaf dat Hochwald dus naar de hier afgebeelde Knotenweg (Knotenwald?) en dan weer helemaal terug naar de Uttewalder Grund enz.
    Volker Griese (* 1965) maakt in zijn »Karl May. Chronik seines Lebens« (p. 173) de verwarring nog groter door het te hebben over de Feingrund i.p.v. de Reingrund.
    © foto 2023


Google
www op deze website